StartpaginaBedrijfsruimte

Bij het huren of verhuren van bedrijfsruimte kunt U te maken krijgen met ruwweg twee wettelijke regimes. U huurt eenvoudig gesteld winkelruimte of andere bedrijfsruimte zoals kantoorruimte. In het eerste geval geldt een termijnbescherming en mag de verhuurder op de eerste plaats alleen maar opzeggen op bepaalde gronden en moet hij indien de huurder niet instemt de rechter inschakelen. Bij kantoorruimte geldt een veel liberaler systeem.

Het is van groot belang om al van te voren goed te omschrijven wat de bestemming wordt. De wetgever koppelt het regime aan de overeengekomen beoogde bestemming. Beoogd is van belang omdat partijen kunnen afspreken dat er sprake is van bedrijfsruimte terwijl het van meet af duidelijk woonruimte werd beoogd. We komen eenvoudig gesteld nog wel eens een schriftelijke huurovereenkomst tegen waarboven kantoorruimte staat terwijl de daadwerkelijk bestemming een bakkerszaak is of een reisbureau wordt geexploiteerd. Het gevolg is dan dat de wettelijke termijnen gelden en de wettelijke gronden voor opzegging.

Ook voor de huurder is van belang de bestemming van te voren goed in de gaten te houden. Het zomaar wijzigen van een overeengekomen bestemming kan wanprestatie opleveren. Verder komt dit element sterk naar voren bij de verhuur van ruimte in een winkelcentra of soortgelijke complexen. Verhuurders hebben dan de behoefte zeer naukeurig te gaan omschrijven wat voor spullen er wel of niet verkocht mogen worden. Dit kan gebeuren met het oog op een met de huurders afgesproken branchebescherming of als bestemmingsclausule.

Van belang is om te onderkennen dat dergelijke clausules kunnen vallen onder het verbod van artikel 6 van de Mededingingswet. Tot 1 januari 2008 gold voor nieuwe winkelcentra nog een vrijstelling maar inmiddels niet meer. Het is de vraag wat de Hoge Raad uiteindelijk vindt van dit soort bepalingen.

In de rechtspraak zijn de volgende bedrijfsruimten geschaard onder het begrip middenstandsberdrijfsruimte:

Kleinhandel en ambacht. Hierbij kan van belang zijn of klanten alleen maar op afspraak terecht kunnen.

Groothandel

Garagebedrijf maar enkel autoverhuurbedrijf niet

Stomerijdepot

stomerij

Geen middenstandsbedrijfsruimte: Videotheek, Bioscoop, zonnebankcentrum, bank, reisbureau, Benzinestation (!?)



Gevolgen

Het gevolg van het voldoen aan de kwalificatie is dat er in ieder geval door de verhuurder maar ook door de huurder minimale huurtermijnen in acht moeten worden genomen en de verhuurder aan het einde van een termijn alleen op bepaalde gronden mag opzeggen.

De wet maakt een onderscheid tussen een huurovereenkomsten tot twee jaar, tot vijf jaar en tien jaar en langer.

Bij contracten van twee jaar geldt geen termijnbescherming en kan binnen die termijn een proefperiode worden afgesproken. Gaat de huurtermijn over de twee jaar heen dan geldt een contract voor vijf jaar waarop de eerste twee jaar in mindering komen. Bij een opzegging binnen de twee jaar hoeven ook geen gronden te worden genoemd.Die termijn kan ook voor een huurder van belang zijn , zeker voor starters omdat de termijn van vijf jaar ook gelden voor en huurder en het voor deze in beginsel ook niet mogelijk is om tussentijds op te zeggen. dit kan zuur zijn indien na een jaar blijkt dat de onderneming niet levensvatbar is en de huur nog vier jaar doorloopt. Het is zeker voor een sarter handiger om dan eerst een termijn van twee jaar af te spreken die vervolgens al dan niet stilzwijgend op dezelfde voorwaarden wordt verlengd.

bij de termijnen van 5, 10 en langer gelden verschillen opzeggingsgronden.

HelpLS Liber Advocaten