Naast de hiervoor besproken middenstandsbedrijfsruimte is er nog een regime voor overige bedrijfsruimte. Het handelt hierbij om kantoorruime, de praktijkruimte van een vrije beroepsbeoefenaar, fabrieksruimte etc.
Essentie van dit regime is dat er weinig tot geen wettelijke huurberscherming geldt en er geen wettelijke huurtermijnen gelden of gronden voor een opzegging. Ook gelden geen regels voor de opzegging. Het is wel zaak om goed op te letten omdat bepalingen hierover wel in een overeenkomst kunnen worden vastgelegd. Veelvuldig bedingt een verhuurder dat een overeenkomst met inachtname van een opzegtermijn van een jaar moet worden opgezegd en dat bij gebreke daarvan weer wordt verlengd met vijf jaar. Een huurder hoeft dit soort bedingen echter niet te accepteren. Er is sprake van contractsvrijheid.
Bij een opzegging geldt dat de huurovereenkomst maar daarmee ontstaat voor de huurder nog geen verplichting tot ontruiming. Die ontruiming moet apart worden aangezegd. Dat kan in dezelfde brief maar het moet wel worden aangezegd. Zolang dat niet is gebeurd kan de huurder blijven zitten en hoeft deze niets te doen. Pas bij een aanzegging tot ontruiming moet de huurder in actioe komen. Binnen twee maanden na de datum die is aangezegd moet de huurder een verlening aanvragen van de ontruimingstermijn. Zo'n verlenging kan de rechter voor maximaal een jaar toewijzen en hij kan dat in totaal drie keer doen.
De recht moet een belangenafweging maken en wijst zo'n verzoek af bij wanbetaling en ander slecht huurdersgedrag.
|